Dresscode en mode abc

Hieronder een aantal (meest voorkomende) dresscodes en een groot aantal modetermen van a t/m z. Als je wilt zoeken, gebruik dan de zoekfunctie bovenin het menu.

Dresscode

Rokkostuum
Het rokkostuum wordt ook wel aangeduid met “white tie”. Het dankt deze naam aan het feit dat men bij een rok altijd een witte strik hoort te dragen. Het wordt gedragen met een gesteven vest van witte piqué. Ook het rokhemd is wit en is gemaakt van piqué. Het rokoverhemd heeft een rechtopstaande boord. Het eenrijige jasje van het rokkostuum heeft aan de voorzijde uitgesneden lange panden, dient altijd zwart te zijn en kan niet gesloten worden. Bij een rokkostuum hoort een zwarte pantalon. Het rokkostuum wordt bij voorkeur gedragen in combinatie met gladde zwarte schoenen. Gaatjesschoenen zijn niet toegestaan. Het rokkostuum is de meest formele avondkleding. Het wordt vaak gedragen bij zeer officiële gelegenheden zoals galafeesten en bruiloften.

Smoking
De smoking wordt ook wel “black tie” of “cravate noire” genoemd.
Een enkele keer wordt de smoking aangeduid met “avondkleding”. In de VS noemt men de smoking “tuxedo”, in Engeland “dinner jacket”. Het is iets minder formeel dan een rokkostuum en wordt gedragen op een bal, officieel diner of receptie. Een smoking bestaat uit een zwarte of zeer donkerblauwe colbert met zijdegevoerde, smalle revers. Soms ziet men ook een sjaalkraag. Het jasje kan zowel een- als tweerijig zijn. De pantalon is zwart en heeft zijden galon op de zijnaden. Het smokingoverhemd is helderwit, heeft een opstaande boord (de zogenaamde vadermoordenaar), een blinde sluiting en dubbelgeslagen manchetten. Dit alles in combinatie met een bij voorkeur zwarte strik. Onder een smoking draagt de man zwarte lakschoenen.

Jacquet
Het jacquet heeft lange panden en wordt altijd gedragen in combinatie met een gestreepte pantalon en een zwart of grijs vest. De schoenen moeten ook zwart zijn. Wanneer het met een stropdas wordt gedragen hoort het overhemd een liggende boord te hebben. Het jacquet dient gedragen te worden tot zonsondergang.

Tenue de ville
Hiermee wordt het “gewone” business suit bedoeld. Men draagt het pak met een overhemd dat verschillende kleuren mag hebben, een stropdas en natuurlijk de juiste schoenen. Tenue de ville wordt meestal op informele feesten gedragen.

Smart casual
Smart casual is een stijl die het midden houdt tussen vrijetijdskleding en formele kleding. Bij smart casual is het toegestaan een katoenen broek te dragen. Meestal draagt men er wel een stropdas bij, een colbert is niet nodig. Smart casual wordt gedragen tijdens zeer informele gelegenheden.

Er zijn nog meer (specifiekere) dresscodes. Wil je er meer over weten, kijk dan eens op www.dresscode.nl

Modetermen van a tot z

A
Acetaat
Een synthetische vezel, vervaardigd uit cellulose die oplost in aceton. Acetaat werd vooral in de jaren veertig en vijftig gebruikt als alternatief voor zijde en satijn.

Acryl
Geheel synthetische vezel, meestal gemengd met wol of gebruikt als alternatief voor wol.

Alcantara
Merknaam voor een imitatiesuède gebruikt in mantels, kostuums en colberts.

Alpaca
Een luxueuze vezel afkomstig van het haar van een lamasoort, wordt vooral in mengingen met wol gebruikt. Alpaca is zeer fijn, en zacht en glanzend.

Angora
Vezels van het haar van angorakonijn of de angorageit, worden meestal voor een zacht, luxueus effect verwerkt in weefsel of brehetisels, waarbij de angorahaartjes de stof extra volume geven.

Anklet
Het kortste model sok dat tot vijf centimeter boven het smalste deel van de enkel reikt.

Anorak
Kort jack dat tot op de heup reikt en daar met een koord aansluit. Het jack heeft een gedeeltelijke voorsluiting en in het voorpand is een zak over de hele breedte aangebracht. De anorak is voorzien van een capuchon.

Appretuur
De bewerking die stoffen na het weven of breien ondergaan om ze te verfraaien, krimpvrij of mot-echt, waterafstotend of kreukherstellend te maken.

B
Balein
Van oorsprong smal stripje van een walvisbalein, nu in kunstof uitgevoerd. In de boord van een overhemd kan men baleinen aantreffen.

Beleg
De strook stof aan de binnenzijde van over- en bovenkleding, die van dezelfde materiaal is gemaakt als de bovenstof.

Bermuda
Een pantalon met pijpen net op of vlak over de knie. In de onderkant van de pijpen zijn soms splitten aangebracht.

Bird’s-eye
Een klein ingeweven motiefje dat lijkt op een vogeloogje of op een kaviaarbolletje.

Black tie
Als dit op een uitnodiging wordt vermeld, wordt van de heer verwacht dat hij in smoking zijn intrede maakt.
(zie ook drescode)

Blazer
Een los, unikleurig en rechtvallend jasje met een sportief uiterlijk. Het kledingstuk kan met verschillende pantalons worden gecombineerd.

Boothals
Een halsopening die van schouderpunt tot schouderpunt loopt.

Boxer
Ruim vallende onderbroek van geweven materiaal; heeft veel weg van een sportbroekje.

Bow tie
Vlinderstrik.

Butterfly
Groot formaat vlinderstrik.

Button-down
Een boord waarvan de punten met knoopjes zijn vastgezet op het overhemd.

C
Canvas
Een grof katoenen weefsel dat op zeildoek lijkt.

Camel
Haar van de kameel, veelal gemengd met wol, voelt zeer zacht en fijn aan en wordt meestal gebruikt voor overjassen en blazers. Meestal licht- tot donkerbruin van kleur.

Cashmere
Een buitengewone fijne, zachte haarsoort, afkomstig van de kasjmiergeit. De korte haren zijn licht van gewicht en duur. Kasjmier wordt hoofdzakelijk gebruikt voor kostbare sjaals.

Chambray
Onregelmatig gekleurde denim-achtige stof.

Chino
Katoenen broek.

Chintz
Meestal een katoenen weefsel waarop men later een wasachtige laag heeft aangebracht.

Choker
Een vooral bij vrijetijdskleding gedragen sjaaltje. Het halssjaaltje heeft een smal halsstuk en één of twee breed uitlopende uiteinden.

Corduroy
Stof met brede lengteribbels, gevormd door opstaande pooldraadjes.

Cumberband
Een zijde-achtige en geplooide band die bij een smoking of rok om het middel wordt gedragen en de broekband afdekt.

D
Dinnerjacket
Smokingjasje.

Donegal tweed
Oorspronkelijk een wollen weefsel uit de Ierse streek donegal waarbij kleine kleurige effecten het stofbeeld verlevendigen.

Doorputten
Met zeer fijne steekjes en bijna onzichtbaar doorstikken van randen van de revers, de kraag en de voor en achterkanten van een colbert, teineinde platte randen te verkrijgen.

Double-breasted
Een sluiting van een colbert met op de beide voorpanden een verticale rij knopen. Het linker voorpand sluit over het rechter voorpand heen op de rechter knopenrij.

Double-face
Algemene benaming voor stoffen die aan voor- en achterkant verschillend van uiterlijk zijn, maar waarvan beide zijden van de stof als de goede kant te gebruiken zijn.

Dress-shirt
Een overhemd dat met een stropdas of strikje bij een kostuum of een combinatie wordt gedragen.

Driedelig kostuum
Een kostuum dat behalve uit een pantalon en het colbert ook uit een bijpassend vest van dezelfde stof bestaat.

Duffel
Een stevig wollen weefsel dat sterk is aangeruwd en gevold aan beide zijden.

E
Eenrijsluiting
Een sluiting met één rij knopen.

Epaulet(te)
Een met een knoop of gesp vastezet strookje stof op de schouder. Oorspronkelijk toegepast op uniformen, nu ook verwerkt in regenjassen en overhemden.

Etiket
Hierop vind u een uitleg van de wasvoorschriften. Volgt u deze altijd strikt.

F
Flanel
Een katoenen stof met een donsachtig laagje, dat ontstaat door de stof aan één of twee zijden licht te ruwen.

Flausch
Een weefsel van wollen strijkgarens dat zo sterk gevold en geruwd is, dat er een harig oppervlakte ontstaat waarbij het haardek soms propjes en samenklitting laat zien.

Formeel
Een aanduiding die aangeeft bij welke gelegenheid kleding gedragen kan worden. Formele kleding heeft een klassieke vormgeving, informele kleding een sportieve vormgeving. Een strikte scheidslijn is niet te geven.

G
Gelegenheidskleding
Kleding die bij feestelijke of plechtige gelegenheden wordt gedragen en afwijkt van de normale dagelijkse kleding. Ook wel avondkleding genoemd.

Geweven das
Stropdas van een weefsel dat schuingesneden wordt verwerkt om de stof enige rekbaarheid te geven bij de knoop. Een eventuele voering moet ook schuin geknipt zijn.

Gore-tex
Merknaam voor stoffen die met behulp van membramen waterdicht en dampdoorlatend zijn gemaakt.

H
Herenkostuum
Bovenkleding voor heren die bestaat een colbert en een pantalon van dezelfde stof. Bij een driedelig kostuum hoort een vest van dezelfde of een erbij passende stof.

Herenmaat
De herenmaten worden bepaald door figuurtype en lichaamslengte. Er zijn in het door de NEVEC genormaliseerde maatsysteem vijf figuurgroepen gedefinieerd, afhankelijk van de bovenwijdte en de bandwijdte. De bovenwijdte wordt direct onder de armen gemeten. De bandwijdte tussen het heupbeen en onderste rib (in de taille). Een standaardaardfiguur heeft een bovenwijdte van 100 cm. en een bandwijdte van 88 cm. Het verschil bedraagt 12 cm. Bij slanke figuren is het verschil 16 cm., bij tussenfiguren 8 cm., bij gezette of corpulente figuren 4 cm. en bij extra gezette of buikfiguren is de bandwijdte minstens 4 cm. groter dan de bovenwijdte. Bij een gemiddelde lengte (1.77 m.) is de maat voor herenkleding de helft van de bovenwijdte. Bedraagt de bovenwijdte 100 cm. dan is 50 de kledingmaat. Voor korte figuren (1.67 m.) wordt de bovenwijdte door 4 gedeeld: bij een bovenwijdte van 100 cm. is 25 de kledingmaat. Voor lange figuren (1.87 m.) gelden oneven maten: de helft van de bovenwijdte plus één. Bij een bovenwijdte van 100 cm. is voor deze groep 51 de kledingmaat. Bij extra lange figuren (1.97 m.) plaatst men het cijfer 2 voor de lange figuuraanduiding.

Hoedenmaat
Voor herenhoeden wordt uitgegaan van de hoofdomvang in centimeters (bijv. maten 54-60).

I
Ingezette mouw
Een mouw die in het armsgat is aangebracht.

J
Jack
Algemene benaming voor op of over de heup vallende bovenkleding. De vele modellen, zoals ski-jacks, regenjacks, trainingsjacks en windjacks zijn niet meer uit het algemene modebeeld weg te denken.

Jacquet
Gelegegenheidskleding met opgesneden revers voor heren, eenknoopssluiting en lange weggesneden jaspanden. Het jacquet wordt gedragen op een gestreepte pantalon zonder biezen en zonder omslag en wordt gecompleteerd met een vest, hoge hoed en handschoenen.

Jockey shorts
Een strak aansluitende korte onderbroek.

Jukstuk
Een apart opgezet schouderstuk voor- en/of achterpand. Een jukstuk kan ook zijn ingenaaid aan de achterkant van heuppantalon.

K
Kamgarens
Bij kamgarens wordt de wol zorgvuldig gekaard en worden alle vezels precies gericht door kommen die de korte vezels eruit kammen. Het wollen vlies dat dan ontstaat wordt eerst voorgesponnen, veelal gerekt en daarna fijngesponnen, zodat er gladde, vrij dunne garens ontstaan die vooral voor gladde weefsel worden gebruikt.

Katoen
Een plantaardige vezel die als zaadpluis in de vrucht van de katoenplant voorkomt. De katoenvezels, waarvan de lengte 1 tot 4 centimeter bedraagt, zitten na het plukken nog vast aan de katoenzaden; na het ontpitten (egreneren) kan de katoen worden gesponnen. Winning van katoen en bewerking tot een verspinbare vezel zijn eenvoudig, waardoor de prijs van de grondstof in vergelijking met wol, zijde en linnen laag is. Van alle textielvezels wordt katoen het meest gebruikt onder meer vanwege een aantal superieure eigenschappen: groot vochtopnemend vermogen, grote sterkte en bestendig tegen hitte, loog, chloor, zonlicht en motten. Het vermogen tot warmte-isolatie is slecht, elasticiteit en kreukherstellend vermogen zijn gering en de stof kan schimmelen.

Knickerbocker
Een kniebroek die ruim wordt gesneden uit stoere wollen stof.

Kostuum
Men spreekt van een kostuum als broek en jasje geheel overeenstemmen in kleur, stof en dessin.

Krimpvrij
Een stof die door veredeling geen last heeft van spanningskrimp of verviltingskrimp. Het krimpvrij maken van stoffen is een niet zichtbare maar wel zeer belangrijke bewerking van stoffen.

L
Lambswool
De meest zachte, eerste wol van een schaap.

Lammy
Een jas van schape- of lamsvachten waarbij de vacht naar binnen is verwerkt. Deze steekt vaak op tussen de stiksels iets naar buiten uit (peep out). De vleeszijde is dus de buitenkant.

Linnen
Natuurlijke vezel die wordt verkregen uit de bast van de vlasplant. Deze bastvezel heeft door het grote aantal bewerkingen een hoge prijs. Door zijn lange vezelstructuur en het hoge gehalte an wasachtige bestanddelen heeft linnen een mooie glans die in de was niet verdwijnt. Linnen is zeer strek, heeft een zeer groot vermogen tot opnamen van vocht, is weinig elastisch en kreukherstellend, is uitstekend bestand teggen hitte en loog, niet chloor- en zuurbestendig, redelijk lichtecht en wordt wel door schimmels maar niet door motten aangetast.

Lumberjack
Een tot op de heup reikend en veelal aansluitend jasje met een doorlopende (rits)sluiting. Een lumberjack heeft meestal gebreide boorden en manchetten.

M
Merceriseren
Een chemisch proces dat katoenen garens en weefsels een fraaie, wasechte glans geeft.

Merinos
Een fijne, zachte en sterk gekroesde wolsoort. Redelijk kreukherstellend, vervilt gemakkelijk. Merinos is tot dunne kamgarens te verspinnen.

Moiré
Een ribweefsel waarbij een vlammenpatroon is ingewalst. Bekend is zijden moiré dat vooral bij feestkleding wordt verwerkt.

N
Naadzak
Een zak die is verwerkt in de zijnaad van een kledingstuk. De zakopening loopt verticaal en valt niet op.

No-iron
Een term die aanduidt dat een stof van cellulosevezels met een finish kreukherstellend is gemaakt en niet gestreken hoeft te worden.

Nubu(c)k
Een leersoort waarvan de nerflaag zeer zacht wordt afgeschuurd totdat er een mat oppervlak ontstaat. Vooral de vellen van kalveren en schapen zijn hiervoor geschikt, wegens de vereiste nerfdikte.

Nylon
Geheel synthetisch materiaal dat bijzonder makkelijk wasbaar en bijzonder sterk is.

O
Omslag
Het omgeslagen deel aan de onderzijde van een pantalon. Het modebeeld bepaalt of een omslag wordt aangebracht en hoe breed hij is.

Overhemdmaat
Voor het maatsysteem van herenoverhemden is de boordwijdt het belangrijkst. De boordwijdte wordt aangegeven in centimeters en/of inches. Gemeten van het midden van de knoop tot het midden van het knoopsgat. De mouwlengte geeft men met ‘kort’, ‘normaal’, of ‘lang’ aan. Maar ook in centimeters of met de getallen 5 of 7. Voor de coupe van het overhemden worden de termen ‘slimfit’ (nauw passend), ‘normaal’ en ‘grand coupe’ (extra ruim) gehanteerd.

P
Parka
Overjas van waterafstotende gladde stof die tot even boven de knie reikt. Een parka heeft capuchon, grote opgestikte zakken, een tunnelceintuur en een uitknoopbare voering. De sluiting is veelal verdekt aangebracht en aan de onderkant van deze oorspronkelijke Finse sneeuwcoat meestal met een tunnelkoord gesloten.

Paspel
De afwerking van stofranden met een extra strookje stof; meestal van hetzelfde materiaal maar ook met afwijkende stof of leer zoadat deze afwerking als garnering dienst kan doen.

Pincollar
Een boord van een overhemd waarbij de korte en soms afgerond boordpunten met gaatjes via een stangetje onder de stropdas worden verbonden.

Pochet(te)
Een sierdoekje dat bij gelegenheidskleding wordt gedragen maar ook een kostuum of colbert kan sieren. Bij zwarte gelegenheidskleding hoort een wit pochet.

Poloshirt
Een truitje vervaardigd van piqué-breisel met een platte kraag en een gedeeltelijke voorsluiting. De mouw kan zowel kort als lang zijn.

Polyester
Een synthetische grondstof die in vergelijking met polyamide beter bestand is tegen licht en beter te stabiliseren valt, waardoor een grotere vormvastheid wordt verkregen. Met wol vermengd polyester gebruikt voor bovenkleding, met katoen vermengd voor overhemden.

Q
Geen vermeldingen.

R
Reversible
Een kledingstuk dat aan beide kanten draagbaar is.

Rokkostuum
Het rokkostuum wordt ook wel aangeduid met “white tie”. Het dankt deze naam aan het feit dat men bij een rok altijd een witte strik hoort te dragen. Het wordt gedragen met een gesteven vest van witte piqué. Ook het rokhemd is wit en is gemaakt van piqué. Het rokoverhemd heeft een rechtopstaande boord. Het eenrijige jasje van het rokkostuum heeft aan de voorzijde uitgesneden lange panden, dient altijd zwart te zijn en kan niet gesloten worden. Bij een rokkostuum hoort een zwarte pantalon. Het rokkostuum wordt bij voorkeur gedragen in combinatie met gladde zwarte schoenen. Gaatjes schoenen zijn niet toegestaan. Het rokkostuum is de meest formele avondkleding. Het wordt vaak gedragen bij zeer officiële gelegenheden zoals galafeesten en bruiloften.

S
Schiller-kraag
Men spreekt van een Schiller-kraag als de kraag van een shirt open wordt gedragen en de boordpunten over het jasje worden geslagen.

Shetland(wol)
Oorspronkelijk gaf de naam aan dat de wol afkomstig was van de Shetlandeilanden, thans is het een algemene benaming voor stoffen van los gedraaide garens die wat hard aanvoelen.

Single-breasted
Enkele rij knopen (op een jasje).

Singlet
Een shirt dat de schouders vrijlaat.

Slipover
Een mouwloze pullover zonder sluiting die over een blouse overhemd wordt gedragen.

Smoking
Een smoking wordt ook wel “black tie” of “cravate noire” genoemd. Een enkele keer wordt de smoking aangeduid met “avondkleding”. In de VS noemt men de smoking “tuxedo”, in Engeland “dinner jacket”. Het is iets minder formeel dan een rokkostuum en wordt gedragen op een bal, officieel diner of receptie. Een smoking bestaat uit een zwarte of zeer donkerblauwe colbert met zijdegevoerde, smalle revers. Soms ziet men ook een sjaalkraag. Het jasje kan zowel een- als tweerijig zijn. De pantalon is zwart en heeft zijden galon op de zijnaden. Het smokingoverhemd is helderwit, heeft een opstaande boord (de zogenaamde vadermoordenaar), een blinde sluiting en dubbelgeslagen manchetten. Dit alles in combinatie met een bij voorkeur zwarte strik. Onder een smoking draagt de man zwarte lakschoenen.

Snit
De manier waarop een kledingstuk is gesneden.

Stiftknoop
Een sluitknoop op een afstand van 5 à 10 mm. van de stof, noodzakelijk voor knoopsluitingen van over en bovenkleding van dikkere stoffen.

Stolpplooi
Een inspringende plooi; deze naar binnen vallende plooi wordt onder andere toegepast in rugpanden en opgestikte zakken. Een stolpplooi bestaat uit twee platte plooien die om en om tegengesteld zijn geperst.

Suède
Een leersoort waarvan de vleeszijde van de huid zo wordt afgewerkt dat een veloursachtig uiterlijk ontstaat.

T
Tabboord
Een boord van een overhemd met een korte en soms afgeronde boordpunten die met lipjes onder de stropdas aan elkaar worden vastgemaakt.

Tenue de ville
Als dit op een uitnodiging wordt vermeld kan u gewoon in pak komen (‘s-avonds een donker pak).

Ticketzakje
Een klein zakje voor kaartjes, geld enzovoort., dat op diverse plaatsen in een kostuum kan zijn aangebracht.

Trenchcoat
Sportieve overjas van soepele, waterafstotende stof met jukstukken, epauletten, lummels en ceintuur.

Turtle neck
Een klein, tegen de hals aanliggend boordje aan een trui of pullover. Het boordje is kleinder dan een kol en groter dan een ronde hals.

U
Uitleggen
Het langer of groter maken van een kledingstuk

V
Vadermoordenaar
Benaming van herenboord dat omhoog staat en waarvan de punten zijn omgeslagen.

Valse zoom
Bij het langer maken van broeken of jasjes kan er in een andere stof een zoom aan de binnenkant worden gemaakt, omdat de bestaande zoom is uitgelegd.

Vicuna
Wol dat afkomstig is van een lamasoort uit Zuid-Amerika.

Vinyl
Kunststofweefsel waarvan sterke kunststoffen gemaakt werden .Vinyl werd vooral in de jaren ’60 populair en vaak voor regenkleding gebruikt.

W
Wash-and-wear
Term die aanduidt dat de stof kreukherstellend en krimpvrij is. Tevens is het no-iron en kan na het wassen/ drogen direct gedragen worden.

Whipcord
Stof (meestal van kamgaren) met een steile, sterk gewelfde keper of diagonaal die veelal wordt toegepast voor uniformen.

White Tie
Staat vermeld op uitnodigingen en betekent dat heren in rokkostuum worden verwacht.

Wol
Een dierlijke textielvezel, afkomstig van de vacht van het schaap. Wol heeft een groot warmte-isolerend vermogen.

X-Y
Geen vermeldingen.

Z
Zijde
Afscheidingsproduct van de zijderups dat de grondstof levert voor weefsels. De dierrijke vezel komt van het spinsel waarin de rups zijn laatste gedaantewisseling van pop tot vlinder ondergaat. Door verschillende bewerkingen van de vezel ontstaan verschillende kwaliteiten.

Zuiver scheerwol
Wol dat voldoet aan bepaalde voorwaarden van het International Wool Secretariat (IWS). Te herkennen aan het beeldmerk.